De eerste keer dat ik mijn aquarelspullen in een tas stopte en de deur uitging, had ik een complete set van twintig kleuren, drie pennen, twee potjes water en een volledig vel Arches-papier van 300 gram. Ik kwam thuis met een natte rommel, een verflekte trui en één half mislukte schets.
▶Inhoudsopgave
Sindsdien heb ik mijn reisset drastisch vereenvoudigd. En de resultaten zijn beter geworden.
Minder is echt meer
Veel beginners denken dat je een volledige werkplek buiten nodig hebt. Dat is een marketingtruc.
De meeste merken verkopen 'complete sets' met twintig of meer kleuren, terwijl je met zes pigmenten een volledig spectrum kunt mengen.
Wat me opvalt is dat mensen hun energie steken in het meenemen van alles, in plaats van te oefenen met wat je al hebt. Mijn standaard reisset bestaat uit zes kleuren in tubes: PB15 (phtalo blauw), PY35 (cadmiumgeel), PR101 (geoxideerd rood), plus een warme en koude variant van elk. Dat is het. Met die zes meng je alles. De lichtechtheid is goed, de mengbaarheid ook, en je leert echt kleur zien in plaats van te vertrouwen op een doos met twintig potjes.
Verf: tubes of pans?
Voor onderweg gebruik ik pans. Niet omdat ze beter zijn — tubes zijn efficiënter en geven meer verf per keer — maar omdat je met pans niet zit te knoeien met dopjes die wegwaaien in de wind.
Een kleine doos met twaalf halfpans past in je broekzak. Dat is het idee. Wat ik wel meeneem is één tube cadmiumgeel licht, PY35.
Die kleur meng je niet echt uit andere pigmenten, en als je die mist, mis je de hele warmte van je schilderij.
Een enkele tube in een zakje, dat is het.
Papier: waarom dit belangrijker is dan verf
Dit zeg ik elke keer, en het blijft waardevol: papier is belangrijker dan verf.
Een slecht papier verpest zelfs de beste aquarel. Buiten heb je papier dat snel opdroogt, kreukt bij vocht en soms zelfs scheurt als je te hard werkt. Ik gebruik Arches 300 gram, katoen, cold press.
Dat is de gouden standaard, en niet voor niets. Het houdt water vast, de kleuren blijven helder, en je kunt er meerdere wassen op doen zonder dat het papier gaat pluizen.
Voor onderweg snijd ik vellen van 32 bij 24 centimeter. Klein genoeg om mee te nemen, groot genoeg om echt iets te doen.
Wat ik ook doe: ik plak vier vellen op elkaar vast met waslijm aan de randen. Zo heb je een klein blok dat niet kreukt, en kun je direct beginnen zonder plank of board.
Penselen: één goede is beter dan drie slechte
Een goed sabelpenseel of een goed syntetisch penceel houdt meer water vast en houdt zijn vorm. Dat klinkt als een klein detail, maar buiten, waar je geen luxe hebt van een stabiele werkplek, maken de beste opbergoplossingen voor je penselen het verschil tussen controle en frustratie.
Ik neem één rond penceel mee, nummer 8 of 10, en één kleiner detailpenseel, nummer 4. Dat is voldoende.
Eerlijk gezegd gebruik ik het grootste penseel voor negentig procent van het werk. Het kleine is voor de dingen die je thuis zou doen met een loep — en die dingen doe je buiten gewoon niet.
Water, wind en andere realiteiten
Buiten schilderen is geen romantisch tafereel. Het is wind, vuil, snelle uitdroging en afleiding.
Je water wordt bruin van de grond, je verf droogt voordat je klaar bent, en mensen staan te kijken alsof je iets raars doet.
Twee potjes water: één schoon, één voor spoelen. Dat is een must. Ik gebruik kleine potjes met schroefdop, verpakt in een theedoek.
Simpel, maar het werkt. En neem een klein sprayflesje mee — een paar druppels op je verfpalet voorkomen dat alles in vijf minuten opdroogt.
Wat ik de afgelopen jaren heb geleerd, is dat de beste draagbare aquarelset voor op reis degene is die je niet merkt. Geen zware tas, geen twintig keuzes, geen afleiding. Gewoon papier, zes kleuren, twee pennen en water. Dan kun je je richten op wat echt telt: kijken, mengen, en de lat neerleggen.
Wat ik niet meeneem (en waarom)
Geen gom arabicum. Geen ox gall. Geen masking fluid. Die dingen heb je thuis nodig voor specifieke technieken, niet buiten in de wind.
Buiten gaat om snelheid, eerlijkheid en het vastleggen van wat je ziet — niet om perfectie. Ook neem ik geen dure set mee. Een dure set is niet per se beter; een goedkope set met de juiste pigmenten geeft vaak meer voldoening.
Ik heb een tijdje met Van Gogh aquarel geschilderd — prima kwaliteit voor de prijs — en pas toen ik begon met pigmentnummers te lezen, begreep ik waarom sommige kleuren beter mengbaar waren dan andere. Het gaat niet om de prijs, het gaat om wat erin zit, en je zult merken dat de kosten van je aquarel-hobby jaarlijks erg meevallen als je slim inkoopt.
Dus: kies je pigmenten bewust, kies je papier zorgvuldig, en stop alles in een tas die je zonder na te denken pakt.
Want de beste reisset is degene die je daadwerkelijk meeneemt.