Aquareltechnieken voor beginners

Kleurmenging in aquarel: op het palet vs op het papier

Marlies de Graaf Marlies de Graaf
· · 8 min leestijd

Er is iets wat me altijd weer opvalt als ik workshops geef: mensen mengen hun kleuren alsof ze worstelen met het papier. Ze drukken, schuiven, proberen te corrigeren — en uiteindelijk krijg je een modderige brij waar het licht niet meer doorheen komt.

Inhoudsopgave
  1. Twee werelden, één doel
  2. Welke verf doet wat?
  3. Paletmengen: de basis
  4. Papiermengen: loslaten
  5. Water: de onzichtbare speler
  6. Veelgemaakte fouten — en wat ik er van vind
  7. Wat ik zelf heb geleerd

En dat is eigenlijk de dood van elke aquarel. Want aquarel leeft door licht. Niet door kleur, maar door de plekken waar het papier doorheen schijnt.

Het verschil tussen mengen op het palet en mengen op het papier is niet alleen technisch.

Het is een manier van denken. En als je die twee niet van elkaar scheidt, loop je vast.

Twee werelden, één doel

Op het palet meng je om een kleur te creëren. Simpel. Je wilt een warm groen?

Dan neemt je blauw en geel, en je zoekt de juiste verhouding.

Hier gelden dezelfde regels als bij andere verftechnieken: kleiner beetje, goed kijken, bij mengen. Geen haast. Maar op het papier is het anders. Daar meng je niet om een kleur te maken — je meng je om een reactie te creëren.

Je legt een natte laag neer, en dan laat je een tweede kleur erin vloeien. De pigmenten bewegen, verspreiden, botsen tegen elkaar. En wat je krijgt, kun je niet helemaal voorspellen. Dat is niet een gebrek — dat is precies waarom aquarel zo mooi is.

Wat ik vaak zie: mensen proberen op het papier te doen wat ze op het palet zouden moeten doen.

Ze willen een exacte tint, dus ze wrijven en mengen alsof het olieverf is. Maar hoe meer je op het papier werkt, hoe meer je de transparantie vernietigt.

De pigmenten gaan zitten in plaats van zweven. En dat licht? Dat is dan weg.

Welke verf doet wat?

Niet alle aquarelverf gedraagt zich hetzelfde bij mengen. Dat merk je pas als je het echt vergelijkt.

Winsor & Newton heeft bijvoorbeeld een iets korrelige textuur — bepaalde pigmenten, zoals de cadmiumtinten, zitten als kleine deeltjes in de verf.

Dat geeft een mooi effect op het papier, maar het maakt mengen op het palet lastiger. Je moet goed roeren, anders krijg je een ongelijk mengsel. Holbein is fijner.

De pigmenten zijn vermalen tot een poeder, en dat mengt veel gelijkmatiger. Voor subtiele gradaties op het papier is dat een voordeel. Maar het nadeel? De kleuren kunnen iets vlakker omdat ze zich sneller verspreiden en minder structuur houden. Schmincke zit ergens in het midden — goede pigmenten, redelijk fijn, en ze hebben een uitstekende lichtechtheid.

Als je pigmentnummers kent, weet je dat PB15 (phtaloblauw) en PY35 (cadmiumgeel) bij Schmincke echt hun kleur houden, zelfs na jaren.

Dat is geen overbodige luxe als je werk wilt verkopen of tentoonstellen. En dan heb je merken als Van Gogh van Talens — prima voor beginners, maar de pigmentconcentratie is lager.

Dat betekent dat je meer verf nodig hebt voor dezelfde kleurintensiteit, en bij mengen op het papier loop je sneller het risico op vervelende tinten. Niet slecht, maar weet waar je aan toe bent.

Paletmengen: de basis

Laten we beginen bij het begin. Mengen op het palet is controle.

Je bepaalt de kleur voordat hij het papier raakt. En dat is essentieel voor alles wat precisie vereikt: een schaduw onder een oog, een specifieke groentint in een landschap, de juiste warmte in een gezicht. Mijn advies?

Begin met een beperkt palet. Eén blauw — bijvoorbeeld ultramarijn of phtaloblauw (PB15).

Eén rood — een kadmiumrood of pyrroolrood. En één geel — cadmiumgeel (PY35) of een aureoline. Met die drie kun je meer maken dan je denkt.

En belangrijker: je leert hoe kleuren reageren op elkaar. Gebruik een vlak palet, geen rond. Waarom?

Op een rond palet loopt alles in elkaar als je water toevoegt.

Op een vlak palet kun je kleuringen maken, kleuren naast elkaar zetten, en precies zien wat je doet. Een klein beetje verf, beetje water, meng met je penseel. Voeg toe. Kijk. Voeg nog wat toe. Zo werkt het. Een ding dat ik vaak zie: mensen pakken te veel verf tegelijk. Omdat aquarelverf geconcentreerd is, moet je de juiste verf-waterverhouding vinden.

Een druppel uit een tube is genoeg voor een hele was. Begin klein. Je kunt altijd meer toevoegen, maar verwijderen is bijna op.

Papiermengen: loslaten

Nu het lastige gedeelte. Mengen op het papier is geen controle — het is samenwerken met het materiaal.

Je legt een laag neer, en dan vertrouw je erop dat de verf, het water en het papier samen iets moois maken. De techniek heet wet-on-wet: je maakt het papier nat, en dan breng je kleur aan. De verf vloeit, verspreidt, reageert met de vocht die al daar zit.

Als je dan een tweede kleur toevoegt, mengen ze zich op het papier — niet op jouw palet. En het resultaat is iets wat je nooit precies kunt namaken.

Dat is de charme. Maar er is een grens.

Als je te veel kleuren tegelijk op nat papier gooit, krijg je modder. Niet het mooie soort modder — het saaie soort. Dat grijze, vettige iets waar geen licht meer doorheen komt. De vuistregel: maximaal twee kleuren tegelijk op een nat vlak.

Laat ze met elkaar reageren, en dan stop. Wat me opvalt bij studenten: ze zijn bang om fouten te maken.

Ze zien dat twee kleuren op het papier samenkomen, en ze willen corrigeren. Maar in aquarel is corrigeren bijna altijd slechter dan laten staan. Een onverwachte rand, een kleur die iets verder loopt dan je wilde — dat geeft leven aan je werk.

De perfecte aquarel bestaat niet. De levende aquarel wel.

En dan is er nog wet-on-dry: je brengt kleur aan op droog papier. Dan heb je meer controle over de vorm, maar minder over de mengreactie. Dit is ideaal voor details, scherpe randen, en lagen bovenop elkaar. Het is eigenlijk een heel andere techniek — en die twee combineren, wet-on-wet en wet-on-dry, is waar het echt interessante gebeurt.

Water: de onzichtbare speler

Je kunt niet over aquarel praten zonder over water te praten. Niet als bijzaak — water is de hoofdpersoon. De hoeveelheid water op je penseel, op je palet, op je papier — dat bepaalt alles.

Te veel water, en je kleur verdwijnt in een bleke vlek. Te weinig, en je krijgt een stroperige massa die het papier beschadigt als je er aan zit. De juiste hoeveelheid? Die voel je.

En die komt met oefening. Een truc die ik altijd geef: houd twee glazen water bij je.

Eén schoon, om je penseel te spoelen. Eén om je verf te verdunnen. En vermeng ze niet.

Want als je met vies water werkt, worden al je lichte kleuren instantaan grijs.

Dat is iets wat je niet ziet totdat het te laat is. En het papier speelt mee — of tegen. Arches 300 gram katoen is de standaard, en terecht. Het houdt water vast zonder te golven, het geeft de verf ruimte om te bewegen, en het droogt gelijkmatiger dan goedkoper papier.

Op een slecht papier — en daar heb ik genoeg van gezien — verpest zelfs de beste verf alles. De kleuren trekken ongelijk, de pigmenten zitten vast in plaats van te zweven, en je krijgt een mat resultaat.

Geen investering in dure verf compenseert een goedkoop papier. Eerlijk gezegd vind ik dat papier belangrijker is dan verf.

Veelgemaakte fouten — en wat ik er van vind

Laat me even zijn over de dingen die ik steeds terugzie. Te veel kleuren tegelijk. Mensen kopen een set met twintig kleuren en willen ze allemaal gebruiken.

Maar hoe meer kleuren je mengt, hoe sneller je in modder belandt. Begin met drie. Leer die drie kennen. Voeg er later een toe als je echt mist wat je nodig hebt.

Te snel willen verdiepen. Aquarel werkt in lagen. Je legt een was met vloeiende kleurverlopen neer, je laat hem drogen, en dan komt de volgende.

Als je te vroeg de volgende laag aanbrengt, meng je nat-op-nat waar je droog-op-droog wilde.

Het resultaat: onduidelijke vormen en een matte uitstraling. Kleuren willen redden. Je ziet dat iets misgaat — een te harde rand, een te donkere plek — en je probeert het te fixen. Maar in aquarel is fixen bijna altijer vernielen. Soms is het beter om, als je de droog-op-droog aquareltechniek beheerst, een droog doekje te pakken, voorzichtig te liften, en te accepteren dat het niet perfect is.

Dat vind ik trouwens het mooiste van aquarel: het dwingt je om te vertrouwen. Bang zijn voor wit. Wit is geen leegte in aquarel — wit is licht.

Het is het papier zelf. En als je alles volschildert, heb je eigenlijk niks. De witte plekken geven ademting aan je werk. Bescherm ze. Gebruik masking fluid als je moet, maar plan ze ook gewoon in je compositie.

Wat ik zelf heb geleerd

Door de jaren heen ben ik steeds meer gaan vertrouwen op wat het papier doet, in plaats van wat ik denk dat het moet doen. Ik meng nog steeds op het palet als ik een specifieke kleur nodig heb.

Maar voor de grote wassen, de achtergronden, de plekken waar het om sfeer gaat — daar laat ik de verf en het papier samen werken.

En ik heb geleerd dat een dure set niet per se beter is. Ik heb met een goedkope Van Gogh-set prachtige dingen gemaakt, omdat ik de pigmenten leerde kennen. En ik heb met dure Holbein-verf frustrerende sessies gehad omdat ik het papier verkeerd had gekozen.

Het materiaal helpt, maar het is niet het antwoord. Het antwoord is oefening, oog, en de moed om los te laten.

Kleurmenging in aquarel is geen formule. Het is een gesprek — tussen jou, de verf, het water en het papier. En als je luistert wat het papier je vertelt, krijg je werk dat ademt.


Marlies de Graaf
Marlies de Graaf
Aquarellist en materialenwinkelier

Marlies runt een kleine winkel in aquarelbenodigdheden en schildert zelf dagelijks met waterverf. Ze weet exact welke papiersoorten en pigmenten samenwerken zonder dat de inkt uitloopt.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Aquarelverf en -materialen kopen
Marlies de Graaf
Marlies de Graaf
Aquarellist en materialenwinkelier

Marlies runt een kleine winkel in aquarelbenodigdheden en schildert zelf dagelijks met waterverf. Ze weet exact welke papiersoorten en pigmenten samenwerken zonder dat de inkt uitloopt.

Meer over Aquareltechnieken voor beginners

Bekijk alle 30 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Aquarelschilderen voor beginners: waar begin je mee
Lees verder →