Stel je begint morgen met aquarel. Een doek, een penseel, een paar kleurtjes.
▶Inhoudsopgave
Hoe lang duurt het voordat je iets op het papier zet waar je echt trots op bent?
Het korte antwoord: langer dan je denkt, maar korter dan je vreest. Wat me opvalt als ik mensen begeleid, is dat bijna iedereen dezelfde verwachting heeft: na een paar weken zouden ze al een mooi schilderij moeten kunnen maken. Dat gebeurt bijna nooit.
En dat is niet omdat ze geen talent hebben. Het is omdat aquarel een medium dat je echt moet leren kennen voordat het mee gaat werken.
De eerste weken: worstelen met water
Aquarel draait om één ding: controle over water. Niet over kleur, niet over penseelstreken, maar over hoeveel water er op je penseel zit, hoeveel op je papier, en hoe snel het droogt. De eerste weken gaan bijna allemaal over één ding: je worstelt met natte-op-natte en natte-op-droog technieken.
Je maakt vlekken, je maakt onverwachte bloemen op het papier, je denkt dat je controle hebt en dan loopt alles uit de hand.
Dat is normaal. Eerlijk gezegd denk ik dat die frustratie juist belangrijk is.
Wie die eerste worsteling doorstaat, leert het meest. Na ongeveer vier tot zes weken regelmatig oefenen — zeg een half uur per dag — begin je patronen te herkennen. Je voelt aan hoe nat je penseel moet zijn voor een zachte overgang.
Je leert wanneer je papier klaar is voor een tweede laag. Dat is het eerste echte moment van vooruitgang.
Drie tot zes maanden: de kippenhals-periode
Er komt altijd een fase waarin je schilderijen eruitzien alsof een kip er met natte pootjes over heeft gelopen. Kleuren lopen in elkaar, witruimtes verdwijnen, en alles ziet er morsig uit. Ik noem dat de kippenhals-periode.
Iedereen die aquarel leert, kent hem. Wat helpt in die fase is niet meer oefenen, maar slimmer oefenen.
Kies één techniek en blijf daar een paar weken mee werken. Bijvoorbeeld alleen maar natte-op-natte bloemen, of alleen maar droge-op-droog landschappen.
Je hoeft niet alles tegelijk te leren. En hier speelt je materiaal een grotere rol dan je denkt. Ik zeg het altijd: papier is belangrijker dan verf.
Een slecht papier verpest zelfs de beste aquarel. Als je in deze fase worstelt, kijk dan eerst naar je papier.
Arches, 300 gram, katoen — dat is de gouden standaard. Het kost geld, maar het maakt een wereld van verschil. Goedkoop blokpapier geeft je een onterecht gevoel van falen.
Na een jaar: je eigen stijl begint te ontstaan
Rond de twaalf maand merk je iets verrassends. Je maakt keuzes zonder erover na te denken.
Je weet automatisch welke kleur je nodig hebt, hoeveel water je wilt, waar je wit wilt laten. Of je nu een aquarelworkshop volgt of zelfstandig leert, dat is het moment waarop aquarel echt leuk wordt.
Maar laten we het hebben over verf. Een dure set is niet per se beter. Ik heb mensen gezien die met een goedkope set Van Gogh aquarel prachtige dingen maakten, en anderen die met een dure Holbein-set worstelden omdat ze de kleuren niet begrepen. Het gaat om de pigmenten, niet om de prijs.
Kijk naar de pigmentnummers op de tube — PB15, PY35, en zo verder.
Die vertellen je echt wat erin zit. En controleer de lichtechtheid als je werk wilt verkopen of hangen. Wat me trouwens opvalt bij beginners is dat ze vaak complete sets kopen.
Veel merken verkopen die sets als "alles wat je nodig hebt", maar ze missen vaak hele basiskleuren. Dat is een marketingtruc. Beter is om zelf een kleurenpalet samen te stellen van zes tot tien kleuren die je echt gebruikt.
Holbein versus Winsor & Newton: een persoonlijke voorkeur
Ik werk zelf veel met Holbein. Het is minder korrelig dan Winsor & Newton, wat betekent dat de kleuren gladder op het papier liggen.
Maar het mengt iets anders — subtieler, denk ik. Winsor & Newton heeft die karakteristieke korrelige textuur die prachtig werkt voor landschappen en natuur. Beide zijn uitstekend. Het is een kwestie van proberen en voelen wat bij jouw hand ligt.
En vergeet je penseel niet. Een goed sabelpenseel of een goed synthetisch alternatief houdt meer water vast en geeft je meer controle.
Een goedkope variant lekt overal tegelijk en maakt precisie bijna onmogelijk. Dat is geen luxe, dat is een basisvereiste.
Na twee jaar: je bent geen beginner meer
Twee jaar regelmatig schilderen — en ik bedoel echt regelmatig, minstens een paar keer per week — en je bent geen beginner meer op je pad naar gevorderd aquarel. Je begrijpt hoe licht werkt in aquarel, je weet hoe je diepte creëert zonder zwarte kleur, en je hebt een eigen manier van werken ontwikkeld.
Maar hier zit het addertje onder het gras: aquarel is een medium dat je nooit helemaal leert beheersen. Als je aquarelschilderen wilt leren als volwassene, houd er dan rekening mee dat ik al jaren schilder en elke week nog steeds iets onverwachts op het papier zie gebeuren. Soms is dat frustrerend.
Meestal is dat juist het mooiste aan dit vak. Als je morgen begint, weet dan dit: de eerste maanden zijn zwaar.
Na een half jaar zie je echte vooruitgang. Na een jaar heb je plezier. En na twee jaar begrijp je waarom mensen dit medium nooit meer loslaten. Het enige wat je nodig hebt, is geduld. En goed papier.