Ik herinner me nog goed hoe ik als beginner bij de schilderswinkel stond, met een hele muur vol penselen voor me. Ronde, platte, sabel, synthetisch, klein, groot — en prijskaartjes die van vijf euro naar vijftig liepen.
▶Inhoudsopgave
Ik kocht toen een set van twaalf stuks, omdat ik dacht dat je er gewoon veel nodig had. In de eerste zes maanden heb ik er eigenlijk maar drie écht gebruikt. De andere negen staan nog in een pot op mijn plank. Dus: laten we het hebben over wat je écht nodig hebt, zonder dat je geld verspilt.
Eén goede penseel is beter dan tien slechte
Dat klinkt misschien als een cliché, maar het is gewoon waar. Een goede penseel — of het nu sabel of synthetisch is — houdt water vast, houdt zijn punt, en geeft je controle over wat je doet.
Een goedkope penseel uit een actiebox verliest na vijf keer gebruik zijn vorm, spreidt de haren als een bezem, en je eindigt met een vlek in plaats van een lijn. Dat is frustrerend, en het maakt het schilderen niet leuker. Wat me opvalt is dat veel beginners denken dat het probleem bij henzelf ligt.
Dat ze niet goed genoeg zijn. Maar vaak ligt het gewoon aan de penseel.
Een goede synthetische ronde penseel van bijvoorbeeld Princeton Neptune of Winsor & Newton Cotman kost tien tot vijftien euro, en die gaat jaren mee als je hem goed onderhoudt.
Dat is geen investering, dat is een reddingsboei.
Drie penselen: meer dan genoeg om te beginnen
Je hebt niet nodig wat de verkoopster je wil verkopen. Je hebt drie penselen nodig. Dat is het.
1. Een grote ronde penseel (nummer 10 of 12)
Met die drie kun je alles oefenen wat je als beginner moet leren: washes, gradaties, details, bloemen, landschappen, wat je maar wilt. Dit is je werkpaard. Hiermee doe je de grote washes, je natte-in-natte techniek, je achtergronden. Een ronde penseel in formaat 10 of 12 is groot genoeg om een heel vel te vullen, maar heeft nog steeds een punt voor iets fijnere streekjes.
Kies hier niet het goedkoopste, want deze penseel gebruikte je het meest. De Princeton Neptune in formaat 12 is een fantastische keuze — synthetisch, zacht, en hij houdt verrassend veel water vast.
2. Een middelgrote ronde penseel (nummer 6 of 8)
Hiermee schilder je de middelgrote dingen: bladeren, gezichten, gebouwen, de dingen die niet gigantisch zijn maar ook niet microscopisch.
Een nummer 6 of 8 is de sweet spot. Klein genoeg om wat precisie te hebben, groot genoeg om niet steeds terug naar je waterpot te hoeven. Winsor & Newton Cotman maakt hier een mooie in, en Holbein ook — die laatste voelt iets stijver aan, wat sommige mensen fijn vinden.
3. Een kleine ronde penseel of liner (nummer 2 of 3)
Voor details. Takjes, oogjes, tekstuur in een rots, de rand van een dak.
Hier wil je iets met een scherpe punt. Een echte sabelpenseel in dit formaat is heerlijk — hij vormt een perfecte naaldpunt als hij nat is — maar ook hier doen synthetische varianten het tegenwoordig uitstekend. De Da Vinci Casaneo serie heeft bijvoorbeeld een nummer 2 die scherp is als een mes en toch zacht over het papier gaat.
Drie penselen. Dat is je hele starterset.
Als je die drie hebt, kun je beginnen. De rest komt later, vanzelf, wanneer je merkt wat je mist.
Waar je op moet letten bij aanschaf
Niet alle penselen zijn gelijk, en het verschil zit hem niet alleen in de prijs. Een paar dingen die ik in de loop der jaren ben tegengekomen:
Ten eerste: kijk naar de veerkracht. Druk de penseel tegen je vinger en laat los. Als de haren terugveerden naar hun oorspronkelijke vorm, is het een goed teken. Als ze uit elkaar vallen of kromtrekken, laat hem dan liggen. Dit geldt vooral voor synthetische penselen — de goede merken hebben daar echt moeite mee gemaakt.
Ten tweede: let op de hoeveelheid water die de penseel vasthoudt. Houd hem onder de kraan, draai hem een keer uit, en kijk hoeveel water er in de haren blijft zitten. Een goede aquarelpenseel is als een spons — hij neemt op en geeft langzaam af. Bij het vergelijken van Escoda vs da Vinci aquarelpenselen merk je direct dat kwaliteit hierin het verschil maakt. Een slechte penseel druppelt alles in één keer op je papier, en dan heb je een plas in plaats van een kleur.
En ten derde: de steel. Klinkt misschien raar, maar een goede steel voelt goed in je hand. Niet te zwaar, niet te licht, niet glad. Houten stalen met een afgewerkte laag zijn het prettigste om mee te werken. Ze geven grip, ook als je vingers nat zijn.
Wat je niet nodig hebt (nog niet)
Fan brushes, mop brushes, hake penselen, flat washes van dertig millimeter — laten ze liggen.
Die zijn leuk als je een bepaalde techniek beheerst en merkt dat je ze mist. Maar als beginner brengen ze alleen maar verwarring.
Je zit dan met zeven penselen voor je en weet niet meer welke je moet pakken. Eerlijk gezegd heb ik pas na twee jaar een flat brush gekocht, en alleen omdat ik merkte dat ik mijn grote ronde penseel te vaak gebruikte voor rechte lijnen. Dat was een bewuste keuze, geen impuls. En dat is precies het verschil tussen ronde en platte penselen voor aquarel.
Onderhoud: waarom je penselen langer meegaan
Ik zeg het vaak, maar het verdient herhaling: je penselen zijn geen wegwerpproducten. Spoel ze na elk gebruik schoon met lauw water.
Gebruik geen heet water — dat beschadigt de haren en de lijm in de ferule.
Leg ze na het schoonmaken plat neer of hang ze met de punt naar beneden. Nooit met de punt omhoog, want dan lekt het water naar binnen en verzwakt de lijm. En hier is iets wat veel mensen niet weten: gebruik geen zeep of shampoo om je penselen te reinigen. Gewoon water.
Als er verf achterblijt — bijvoorbeeld bij donkerblauw of PB15 — dan helpt een speciaal penseelreinigertje, maar dat hoef je pas als je echt serieus bezig bent. Een goede penseel die je goed onderhoudt gaat vijf, tien, soms vijftien jaar mee. Ik heb nog steeds een Princeton Neptune nummer 8 die ik in 2019 kocht. Hij is nog steeds perfect. Dat is goedkoper dan elk jaar een nieuwe actieset te kopen.
Begin klein, groei langzaam
Het mooiste van aquarel is dat je niet veel nodig hebt om te beginnen. De beste aquarelpenselen voor beginners, een paar kleuren, een goed vel papier — en je bent klaar.
Niet meer, niet minder. Het verleiden om meteen alles te kopen is groot, maar het leert je niets.
Sterker nog: het belemmert je. Want als je te veel gereedschap hebt, experimenteer je met gereedschap in plaats met kleur. Dus begin met drie. Leer ze kennen.
Voel hoe ze reageren op verschillende papiersoorten, op meer of minder water, op snelle streken en langzame washes. En als je na een paar maanden merkt: "Ik mis iets" — dan weet je precies wat je mist. En dan koop je alleen dat ene ding. Slim, zuinig, en veel bevredigend.