Aquarel verf en materialen

Escoda vs da Vinci aquarelpenselen: welke zijn beter

Marlies de Graaf Marlies de Graaf
· · 4 min leestijd

Ik heb jarenlang met een goedkope synthetische kwast geschilderd en dacht dat het aan mij lag.

Inhoudsopgave
  1. Wat maakt een goed aquarelpenseel eigenlijk uit?
  2. Escoda: de keuze van de perfectionist
  3. Da Vinci: warm, levendig, iets onvoorspelbaarder
  4. Wat kost het, en is het het waard?
  5. Mijn conclusie — maar neem hem niet als wet

Tot ik een Escoda Reservo in mijn handen kreeg. Dat was het moment waarop ik begreep: het verschil tussen een goed en een slecht penseel is groter dan het verschil tussen een goede en een slechte verf. Maar Escoda of da Vinci?

Beide merken komen uit dezelfde streek in Spanje, beide maken prachtige penselen, en beide kosten een stuk meer dan de set die je bij de bouwmarkt pakt. Toch zijn ze niet hetzelfde. En het verschil zit hem in details die je pas merkt als je er écht mee werkt.

Wat maakt een goed aquarelpenseel eigenlijk uit?

Eerst even dit: een goed penseel doet drie dingen. Het houdt water vast, het geeft het water gelijkmatig af, en het keert terug in zijn vorm als je hem optilt.

Klinkt simpel, maar de meeste penselen falen op minstens één van die punten. De sabelharen van een echte kwast — of de synthetische versie daarvan — moeten zacht genoeg zijn om niet op het papier te krassen, maar stug genoeg om controle te houden. En de manier waarop de haren in de punt (de ferule) zitten, bepaalt hoeveel water ze vasthouden. Dat is precies waar Escoda en da Vinci van elkaar verschillen.

Escoda: de keuze van de perfectionist

Escoda maakt penselen die je bijna met gesloten ogen kunt gebruiken. De synthetische lijn — vooral de Reservo en de Ultimo — is ongelooflijk consistent.

Elke kwast voelt hetzelfde, elke punt scherp, elke veer precies goed. Wat me opvalt aan Escoda is de manier waarop ze water geven.

Het is geen schietpartij, maar een langzame, gelijkmatige stroom. Ideaal voor grote washes, voor gradaties, voor de momenten waarop je de controle wilt houden. De Reservo in formaat 12 of 14 is mijn persoonlijke favoriet voor landschappen — hij houdt genoeg water om een hele lucht in één keer te dekken, zonder dat je steeds hoeft te herladen. De da Vinci Maestro-lijn is vergelijkbaar in kwaliteit, maar voelt iets anders in de hand.

De Maestro heeft een iets langere haarlengte, wat betekent dat hij meer water vasthoudt — maar ook dat de punt iets minder scherp blijft.

Voor groot werk is dat een voordeel. Voor fijne details, bijvoorbeeld de takken van een boom of de rand van een gezicht, bereik ik liever een Escoda.

Da Vinci: warm, levendig, iets onvoorspelbaarder

Da Vinci-penselen hebben iets wat ik alleen maar "levendig" kan noemen. Ze reageren sneller op druk, geven water iets ongelijkmatiger, en dat kan juist mooie effecten opleveren.

Als je van die spontane, iets chaotische aquarels houdt — waar bloedingen en verrassingen deel uitmaken van het proces — dan is da Vinci een fantastische keuze. De Casaneo-lijn is daar een goed voorbeeld van. Het is een synthetische sabelvervanging die zacht is, goed water houdt, en verrassend scherp puntjes maakt voor de prijs.

Ik heb er een tijdje mee gewerkt op zonder er echt bij na te denken, en pas toen ik terug naar Escoda ging, merkte ik het verschil.

De Casaneo is goed. De Escoda is precies. Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar in de praktijk betekent het dat je met Escoda minder hoeft nadenken over je penseel. Het doet wat je verwacht. Met da Vinci moet je iets meer meedenken, maar je wordt daar soms beloond met resultaten die je niet gepland had.

Wat kost het, en is het het waard?

Een Escoda Reservo formaat 12 kost tussen de 25 en 35 euro, afhankelijk van de verkoper. Een vergelijkbare da Vinci Maestro zit in dezelfde prijsklasse.

De Casaneo is iets goedkoper, rond de 18 tot 22 euro. Voor die prijs krijg je een penseel die jarenlang meegaat als je hem goed verzorgt. En dat is het verschil met een goedkope kwast: die vervelt na een seizoen.

De haren krullen, de punt verdwijnt, en je bent weer terug bij af.

Een Escoda of da Vinci die je wast na gebruik en opbergt met de punt omhoog, houdt vijf, tien, vijftien jaar. Ik heb nog steeds een Escoda uit mijn eerste jaar, en hij werkt nog steeds als de dag dat ik hem kocht.

Mijn conclusie — maar neem hem niet als wet

Als je net begint en je afvraagt hoeveel aquarelpenselen je echt nodig hebt, ga dan voor de da Vinci Casaneo. Hij is betaalbaar, betrouwbaar, en laat je zien of aquarel echt iets voor je is zonder dat je honderden euro's hoeft te investeren.

Maar als je weet dat aquarel jouw ding is, en je wilt weten of je ronde of platte penselen moet kiezen zonder compromissen, dan is Escoda mijn keuze.

Niet omdat da Vinci slecht is — dat is absoluut niet zo — maar omdat Escoda op een manier consistent is die je in de praktijk echt voelt. Uiteindelijk is het zoals met papier en verf: het beste materiaal is het materiaal waar je niet aan hoeft te denken. Dan kun je je focussen op wat echt telt — het schilderij zelf.


Marlies de Graaf
Marlies de Graaf
Aquarellist en materialenwinkelier

Marlies runt een kleine winkel in aquarelbenodigdheden en schildert zelf dagelijks met waterverf. Ze weet exact welke papiersoorten en pigmenten samenwerken zonder dat de inkt uitloopt.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Aquarelverf en -materialen kopen
Marlies de Graaf
Marlies de Graaf
Aquarellist en materialenwinkelier

Marlies runt een kleine winkel in aquarelbenodigdheden en schildert zelf dagelijks met waterverf. Ze weet exact welke papiersoorten en pigmenten samenwerken zonder dat de inkt uitloopt.

Meer over Aquarel verf en materialen

Bekijk alle 30 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Beste aquarelverf voor beginners: welke sets zijn het waard
Lees verder →