Stel je hebt weken gewerkt aan een aquarel. De kleuren zijn precies goed, de lichtval perfect.
▶Inhoudsopgave
Je hangt het op, tevreden. En dan, een jaar later, zie je het: de stralende blauw is vervaagt tot een vaal grijs.
Dat is het moment dat je wist: de verf was niet lichtecht. En dat is een rotgevoel. Gelukkig kun je dit vooral voorkomen door beter te kijken naar wat er in je verf zit.
Want niet alle aquarelverf is hetzelfde. Niet eens bij ver.
Wat betekent lichtechtheid eigenlijk?
Lichtechtheid is simpel gezegd: hoe goed houdt je verf zijn kleur als het wordt blootgesteld aan licht? Zonlicht, maar ook kunstlicht, breekt pigmentmoleculen af.
Het is een chemisch proces dat je niet kunt stoppen, maar wel kunt vertragen.
En dat maakt het verschil tussen een kunstwerk dat vijftig jaar meegaat en er over tien jaar uit ziet als een vergeeld krantenartikel. De lichtechtheid wordt aangegeven met een cijfer, vaak op een schaal van de American Society for Testing and Materials. Hoe hoger het cijfer, hoe beter.
Een waarde van 80 of hoger is goed. 100 of meer is uitstekend.
Maar hier zit een addertje onder het gras: die cijfers gelden voor de verf op papier, in een normale woonkamer, zonder direct zonlicht. Hang je werk in een kunstatelier met ramen op het zuiden, dan gaat het sneller. Wat me opvalt is dat veel beginners denken dat duur automatisch betekent lichtecht. Dat klopt niet. Sommige dure sets bevatten prachtige kleuren die binnen een paar jaar vervagen.
En soms zit in een goedkope tube juist een pigment dat eeuwig meegaat.
Het gaat om wat erin zit, niet om de prijskaart.
Pigmentnummers: de echte sleutel
Als je wilt weten of verf lichtecht is, moet je niet kijken naar de mooie kleurnaam op de tube.
Je moet kijken naar het pigmentnummer. Die codes beginnen met een P, gevolgd door een kleur en een cijfer. PB15 is bijvoorbeeld Phtalocyanine Blue.
PY35 is Cadmium Yellow. Deze codes zijn wereldwijd gestandaardiseerd, dus het maakt niet uit of je Winsor & Newton of Schmincke koopt: PB15 is PB15.
En hier wordt het interessant. Sommige pigmenten zijn van nature lichtecht, andere niet.
Phtalocyanine-blauwen (PB15, PB16) zijn bijna onverwoestbaar. Ze houden hun kleur echt. Maar veel organische gele en rode pigmenten zijn gevoeliger. Cadmiumgeel (PY35) is uitstekend, maar bepaalde azo-geelvarianten vervagen snel.
Het verschil zit soms in een paar euro per tube, maar in jaren levensduur van je werk. Eerlijk gezegd vind ik het frustrerend dat fabrikanten niet altijd duidelijk vermelden hoe lichtecht hun kleuren zijn.
Sommige doen het wel, op de verpakking of op hun website. Anderen laten het weg, alsof het niet belangrijk is. Terwijl het juist het belangrijkste is als je serieus bezig bent.
Merken vergeleken: wat merk ik zelf op?
Ik werk al jaren met verschillende merken, en er zijn duidelijke verschillen. Niet alleen in kleur, maar ook in houdbaarheid.
Winsor & Newton
De Professional-lijn van Winsor & Newton is solide. Goede pigmentconcentratie, betrouwbare lichtechtheid bij de meeste kleuren. De Cotman-lijn, hun studentenreeks, is prima om mee te oefenen, maar daar zit minder pigment in en de lichtechtheid is lager.
Dat is geen probleem als je leert, maar als je iets maakt dat moet blijven, kies dan voor de Professional-reeks.
Holbein
Let op: zelfs binnen die reeksen zijn er uitzonderingen. Sommige kleuren zijn gewoon gevoeliger. Kijk altijd naar het pigmentnummer.
Holbein valt me op door hoe fijn hun verf is. De korreling is minder dan bij Winsor & Newton, wat betekent dat de verf gelijkmatiger neerzet.
Schmincke Horadam
Mengen voelt iets anders, subtieler. De lichtechtheid is over het algemeen uitstekend.
Ik heb werken van vijf jaar oud nog staan met Holbein-verf, en de kleuren zijn nog bijna hetzelfde. Dat zegt genoeg. Schmincke is Duits vakmanschap. Hun Horadam-reeks heeft een rijpe, diepe kleur en een lichtechtheid die tot de beste behoort. Ze zijn transparant over hun pigmenten en geven duidelijke informatie over lichtechtheid per kleur. Dat waardeer ik. Het geeft vertrouwen.
Daniel Smith
Daniel Smith doet iets anders dan de rest. Ze hebben een enorme kleurenwaaier, inclusief unieke pigmenten die je nergens anders vindt.
Hun lichtechtheid is vaak hoog, maar niet altijd. Sommige van hun speciale aardepigmenten zijn gevoelig voor licht. Dat hoort bij het karakter van het pigment, maar het is iets om van op de hoogte te zijn.
Van Gogh en Daler Rowney
Ik gebruik Daniel Smith vooral voor kleuren die ik niet elders vind, en combineer het met andere merken voor de basiskleuren. Deze merken zitten in het middengebied.
Goed voor studenten en semi-professionals. De lichtechtheid is redelijk, maar niet altijd op het niveau van de hierboven genoemde merken. Van Gogh Student is een prima instap, maar als je aquarelverf van hogere kwaliteit wilt kopen, ga dan naar hun Artist-reeks of stap over naar Winsor & Newton Professional of Holbein.
Een paar harde waarheden
Veel merken verkopen complete sets met twintig of meer kleuren. Ze zien er aantrekkelijk uit, en de prijs lijkt redelijk.
Maar als je goed kijkt, missen die sets vaak de kleurrijke pigmenten die het moeilijkst te vervangen zijn. Ze stoppen er goedkope mengkleuren in, terwijl juist die intense blauwen en rode de meeste investering verdienen. Dat is een marketingtruc, eigenlijk.
Je bent beter af met een goede startersset aquarelverf van zes tot acht kleuren van hoge kwaliteit, en vul daarna aan naar behoefte.
En dan is er nog het papier. Want zelfs de beste lichtechte verf doet niets op een slecht papier. Arches, 300 gram, katoen: dat is de gouden standaard. Het neemt de verf beter op, de kleuren komen er straler uit, en het papier zelf veroudert minder snel.
Ik heb gezien dat mensen honderden euro's uitgeven aan verf en dan werken op een kladblok. Dat is alsof je een dure wijn schenkt in een papieren beker.
Wat betreft verpakking: pans zijn handig voor onderweg, voor snelle schetsen in het veld. Maar in het atelier zijn tubes efficiënter. Je gebruikt minder verf per tekening, en je kunt beter doseren. Bovendien droppen pans sneller uit als je ze vergeet af te sluiten, terwijl tubes langer goed blijven.
Hoe kies je nu zelf?
Mijn advies: begin met kijken, niet met kopen. Ga naar een goede kunstwinkel, vraag om monsters of swatches.
Kijk naar de pigmentnummers op de tubes. Vraag naar de lichtechtheid per kleur.
En koop eerst één of twee kleuren uit een merk dat je aanspreekt, in plaats van een grote set die je niet kent. Test ze. Maak een strook op Arches-papier, hang het bij het raam, en kijk over een paar maanden. Dan weet je meer dan elk artikel je kan vertellen.
Want uiteindelijk is lichtechtheid geen cijfer op een website. Het is wat er gebeurt als je werk de wereld in gaat.
Veelgestelde vragen
Wat betekent lichtechtheid precies in de context van aquarelverf?
Lichtechtheid verwijst naar hoe goed een aquarelverf zijn kleur behoudt bij blootstelling aan licht, zoals zonlicht of kunstlicht. Een hoge lichtechtheid betekent dat de kleur minder snel vervaagt of verbleekt, waardoor je kunstwerk langer mooi blijft. Het wordt vaak aangegeven met een cijfer, waarbij een waarde van 80 of hoger goed is.
Hoe kan ik de lichtechtheid van een aquarelverf bepalen?
In plaats van je te baseren op de kleurnaam op de tube, is het belangrijk om naar het pigmentnummer te kijken. Deze codes, die beginnen met een P gevolgd door een kleur en een cijfer (bijvoorbeeld PB15), geven aan welke pigmenten in de verf zitten. Sommige pigmenten, zoals Phtalocyanine-blauwen (PB15, PB16), zijn van nature lichtecht, terwijl andere, zoals bepaalde azo-gele varianten, sneller vervagen.
Is duur altijd een garantie voor lichtechtheid bij aquarelverf?
Nee, duur is geen garantie voor lichtechtheid. Sommige dure sets bevatten prachtige kleuren die binnen enkele jaren vervagen. Het gaat dus om de kwaliteit van de pigmenten en niet om de prijs van de tube. Let op de pigmentnummers en onderzoek of de fabrikant informatie verstrekt over de lichtechtheid van de kleuren.
Wat zijn de verschillen tussen verschillende merken aquarelverf op het gebied van lichtechtheid?
Verschillende merken aquarelverf hebben verschillende eigenschappen. Rembrandt is vaak aanbevolen voor professionals, terwijl Van Gogh meer opties biedt voor amateurs. Echter, de lichtechtheid hangt vooral af van de gebruikte pigmenten. Sommige merken, zoals Winsor & Newton, Schmincke en Daniel Smith, bieden een breed scala aan pigmenten met verschillende lichtechtheidswaarden.
Welke technieken in aquarelverf zijn belangrijk voor de levensduur van een schilderij?
De ‘gouden regel’ van aquarel combineert de technieken nat-op-nat en nat-op-droog. Door deze technieken te gebruiken, kun je de verf beter laten drogen en de kleuren beter laten integreren, wat bijdraagt aan een langere levensduur van het schilderij. Het is belangrijk om te experimenteren en te leren welke technieken het beste werken met de specifieke verf die je gebruikt.