Je hebt urenlang aan een illustratie gewerkt. Het ziet er perfect scherp en kleurrijk uit op je scherm.
▶Inhoudsopgave
Dan druk je op "print" en het resultaat komt eruit alsof je door een wazig raam naar het origineel bekijkt. Kleuren die op je scherm levendig en helder zijn, worden gedofd en vlak.
Wat is er misgegaan? Het antwoord zit hem in twee dingen die bijna niemand uitlegt: resolutie en kleurprofielen. En eerlijk gezegd, het verschil tussen een mooie print en een teleurstelling.
Resolutie: meer pixels betekent niet altijd beter
Je hebt vast wel eens het getal 300 DPI gehoord. Dat is de standaard voor print.
Maar wat betekent dat echt? DPI staat voor "dots per inch" — hoe meer dots (of pixels) per inch, hoe scherper je afbeelding eruitziet op papier. Voor een illustratie die je wilt printen, wil je minstens 300 DPI bij de uiteindelijke afmeting.
Maar hier schuilt een valkuil. Als je een afbeelding op je scherm ziet, ziet je pixels.
Die pixels zijn gekoppeld aan de schermresolutie, niet aan de printresolutie. Een afbeelding van 1920x1080 pixels — dat is een volledige HD-resolutie — is geweldig op een scherm. Maar als je die afdrukt op A4, is dat maar 21x13 centimeter bij 300 DPI.
Dus als je een illustratie maakt op 1920x1080, moet je of vergroten (en verliezen scherpte) of accepteren dat je print klein is. Wat me opvalt is dat veel illustratoren hun werk maken op een te lage resolutie en dan verbaasd zijn als het op print er "pixellated" uitziet.
Het verschil tussen pixels en fysieke afmeting
Het is alsof je een aquarel op een slecht papier zet — de verf gaat niet mee, en het resultaat is wazig.
Een dure set is niet per se beter; een goedkope set met de juiste pigmenten geeft vaak meer voldoening. Zo ook hier: zorg dat je afbeelding groot genoeg is, en de juiste DPI, en de rest volgt vanzelf. Stel je maakt een illustratie van 3000x3000 pixels. Bij 300 DPI is dat 10x10 centimeter.
Maar als je dezelfde afbeelding op 150 DPI print, is het 20x20 centimeter — groter, maar minder scherp. Het is een beetje zoals met aquarelverf: Holbein aquarelverf is minder korrelig dan Winsor & Newton, maar mengt iets anders.
Het is niet per se beter of slechter, het is anders, en je moet weten wat je wilt bereiken. Dus als je een illustratie maakt, begin met het einddoel. Wil je A4? A3? Een poster? Maak je afbeelding minstens 300 DPI bij die afmeting. En maak hem groter als je twijfelt — je kunt altijd verkleinen zonder kwaliteitsverlies, maar vergroten kost altijd scherpte.
Kleurprofielen: waarom je scherm liegt
Je scherm toont kleuren in RGB — rood, groen, blauw. Drukkers gebruiken CMYK — cyaan, magenta, geel, key (zwart).
Dat zijn twee heel verschillende manieren om kleuren te maken. RGB is additief: meer licht, helderder.
CMYK is subtractief: meer inkt, donkerder. En dat betekent dat kleuren die op je scherm stralen, op papier vaak wat "dof" of "minder" lijken. Wat ik zelf gemerkt heb is dat veel illustratoren hun werk in RGB maken en dan verbaasd zijn als de print er anders uitziet.
Het is alsof je een aquarel maakt op een goed papier en dan op een ander papier print — het resultaat is niet hetzelfde. De kleuren zijn anders, de helderheid is anders, de diepte is anders. Veel merken verkopen 'complete sets' die volledige kleurrijken missen; dat is een marketingtruc. Zo ook hier: veel software en drukservices zeggen "wij doen het voor je".
Wat is een kleurprofiel eigenlijk?
Maar als je niet weet wat er gebeurt, kun je het resultaat niet sturen.
En dat is jammer, want met wat kennis kun je het verschil maken tussen een print die je trots op hangt en een die je in een la legt. Een kleurprofiel is een soort "woordenboek" dat zegt: "deze RGB-waarde is deze CMYK-waarde op dit papier met deze inkt." Zonder dat woordenboek raadt de printer.
En raden is nooit goed. De meeste drukservices werken met een standaardprofiel — vaak FOGRA39 of SWOP. Dat is een algemeen profiel voor offsetdruk.
Maar als je print op een andere manier — bijvoorbeeld giclée of inkjet — heb je een ander profiel nodig.
En dat profiel is vaak te vinden op de website van de drukservice of de papiersoort die je gebruikt. Wat ik raad is: vraag het aan je drukservice. Zeg: "Welk kleurprofiel gebruiken jullie?" En als ze niet weten, zoek een andere.
Want papier is belangrijker dan verf; een slecht papier verpest zelfs de beste aquarel. En of je nu kiest voor vectortekenen vs pixeltekenen, een slecht kleurprofiel verpest zelfs de beste illustratie.
Praktisch: hoe zorg je voor een goede print?
Dus wat doe je nu? Hier zijn de stappen die ik zou nemen. Ten eerste: maak je afbeelding in de juiste grootte.
Niet te klein, niet te groot — gewoon goed. 300 DPI bij de uiteindelijke afmeting.
Als je twijfelt, maak het groter. Ten tweede: converteer naar het juiste kleurprofiel.
Niet zomaar naar CMYK, maar naar het specifieke profiel van je drukservice. In Photoshop doe je dat via "Convert to Profile" — niet "Assign Profile", dat is iets anders en geeft vaak verkeerde resultaten. Derde: bekijk een softproof na een nauwkeurige kleurcorrectie van je aquarelscan.
Dat is een simulatie van hoe je afbeelding eruitziet op papier. Het is niet perfect, maar het geeft je een idee.
En dat idee is beter dan niets. En vierde: print een test. Een kleine, goedkope test. Want uiteindelijk is het doel om te zien hoe het eruitziet op papier.
En dat leer je alleen door het te doen. Wat me opvalt is dat veel mensen denken dat printen "makkelijk" is.
Alsof je gewoon op een knop drukt en het goed komt. Maar net zoals aquarel schilderen — waar je pigmentnummers kent, waar je weet dat Arches-papier de gouden standaard is, waar je begrijpt dat een goed penseel meer water houdt — of digitale inktlijnen over je aquarelscan zet — zo ook hier.
Het is een ambacht. En als je het ambacht kent, kun je het resultaat sturen. Dus neem de tijd.
Leer wat resolutie en kleurprofielen zijn. En print met vertrouwen.