Aquarel leren en cursussen

Oefeningen om aquarelvaardigheden snel te verbeteren

Marlies de Graaf Marlies de Graaf
· · 8 min leestijd

Ik heb het gehad met mensen die zeggen: "Ik kan niet schilderen, dus aquarel is me te moeilijk." Maar weet je wat? Aquarel is juist de techniek waarmee je snel vooruitgang boekt — als je weet waar je aan werkt.

Inhoudsopgave
  1. Wat je echt nodig hebt
  2. Dertig dagen, dertig oefeningen
  3. Wat ik wil dat je meeneemt

Niet door een boek te lezen, maar door elke dag iets kleins te doen. Dertig dagen lang. Dat is het geheime wapen: kleine oefeningen, elke dag opnieuw. Voordat we beginnen, even dit: je hebt geen dure materialen nodig om te starten.

Maar je hebt wél de juiste materialen nodig om echt vooruitgang te maken.

Dat is een verschil dat veel beginners over het hoofd zien.

Wat je echt nodig hebt

Laten we het hebben over papier, want daar gaat het vaak mis. Ik zeg het liever te voren: papier is belangrijker dan verf.

Een slecht papier verpest zelfs de beste aquarel. Je hebt iets nodig van minstens 300 gram, bij voorkeur katoen. Arches is daarvoor de gouden standaard — duurder, ja, maar je merkt het verschil meteen.

Het papier trekt niet, plooit niet, en geeft de verf de ruimte om te doen wat hij moet doen.

Voor verf: begin niet met een goedkope studentenset die je in een doos krijgt met twaalf kleuren waarvan er eigenlijk acht niet te gebruiken zijn. Veel merken verkopen zogenaamde complete sets die volledige kleurrijken missen. Dat is een marketingtruc.

Kies liever een kleine set van vier of vijf losse kleuren van een merk als Winsor & Newton of Holbein, en leer die echt kennen. Pigmentnummers tellen: PB15 voor een goede pauwblauw, PY35 voor een helder geel.

Die nummers staan op de tube — lees ze, want ze vertellen je over lichtechtheid en mengbaarheid.

En dan je penseel. Een goed sabelhaarpenseel of een goed syntetisch alternatief houdt meer water vast en geeft je meer controle. Een goedkope borstel die als een nat spons werkt, daar word je alleen maar gefrustreerd van.

Dertig dagen, dertig oefeningen

Het idee is simpel: elke dag één kleine oefening. Geen hele aquarel, geen druk.

Week 1: Voel de verf

Gewoon vijftien tot twintig minuten werken aan één specifiek iets. Zo bouw je vaardigheid op zonder dat het voelt als een verplichting.

Dag één: stippen maken. Klinkt saai, maar het is de basis van alles. Neem een penseel, laad hem met verf, en maak stippen — groot, klein, licht, donker. Varieer met water, met druk, met penseelhoek.

Je leert hoe verf zich gedraagt op papier, en dat is goud waard.

Dag twee: neem al je penselen en maak met elk een paar streken. Een rond penseel doet iets anders dan een platte. Een syntetisch penseel reageert anders dan sabelhaar. Voel het verschil.

Ik vind het zelf altijd weer verrassend hoeveel uitdrukking zit in een enkele penseelstreek. Dag drie: lijnen.

Dik, dun, kronkelig, onderbroken. Lijnen zijn zo veelzijdig — je zou eigenlijk alles kunnen bouwen uit alleen lijnen.

Experimenteer met afstand, met snelheid, met hoeveel verf je op de pensel hebt. Dag vier: druipers. Ja, echt. Laat de verf druppelen op nat papier en kijk wat er gebeurt.

Week 2: Kleur en licht

Eén van de magische dingen aan aquarel is dat je het medium soms niet kunt beheersen — en juist daar zit de schoonheid. Laat het gebeuren. Bestuur het niet. Dag vijf: maak een eenvoudige gradatie.

Een kleur die langzaam overgaat in water, van donker naar licht. Dit is lastiger dan het lijkt.

Het vraagt om een constante beweging en een gevoel voor hoeveel water je pensel nog bevat. Als het lukt, heb je al een heel techniek onder de knie.

Dag zes: schilder iets dat je al eerder hebt gemaakt, maar dan anders. Misschien met een andere kleur, of met meer water, of juist droger. Het gaat erom dat je vergelijkt en voelt wat het verschil maakt. Dag zeven: rustdag.

Bekijk alles wat je deze week hebt gemaakt. Leg het naast elkaar.

Je zult zien dat er al een verschil zit met dag één. Dat is geen toeval — dat is oefening. Nu gaan we dieper.

Dag acht: meng twee kleuren. Niet meer. Bijvoorbeeld PB15 en PY35 — pauwblauw en cadmiumgeel.

Meng ze in verschillende verhoudingen en zie welke groenen je krijgt. Maak een kleurenpalet van tien tinten.

Dit is de manier waarop je echt leert hoe kleuren werken, niet uit een boek, maar door het te doen. Dag negen: licht en schaduw. Neem een eenvoudig object — een bol, een ei, een kopje — en schilder het in één kleur met verschillende verfconcentraties.

Donker waar de schaduw valt, licht waar het licht komt. Dit is monochrome schilderen, en het is een van de beste oefeningen die je kunt doen.

Week 3: Vorm en textuur

Dag tien: maak een gradient tussen twee kleuren. Niet van kleur naar water, maar van kleur naar kleur.

Blauw naar geel, rood naar blauw. Het moet vloeiend zijn, zonder harde overgangen.

Dit vereist geduld en een goed gevoel voor timing — te nat, en het loopt uit; te droog, en je krijgt strepen. Dag elf: contrast. Schilder een compositie waarbij je speelt met licht en donker, warm en koud. Contrast maakt een aquarel levendig.

Zonder contrast blijft alles vlak en saai. Dag twaalf: schilder hetzelfde onderwerp als dag negen, maar nu in kleur. Vergelijk de twee.

Je zult merken dat je begrip van licht en vorm uit de monochrome oefening automatisch naar de kleurschildering trekt. Dag dertien: experimenteer met nat-op-nat. Maak het papier nat, en breng verf aan.

Kijk hoe de kleuren stromen en mengen op het papier. Dit is waar aquarel echt tot leven komt — in die oncontroleerbare, prachtige momenten waarop de verf zichzelf verdeelt.

Dag veertien: weer een rustdag. Bekijk je werk. Schrijf op wat goed ging en wat je de volgende keer anders wilt doen.

Die reflectie is minstens zo belangrijk als de oefening zelf. Week drie gaat over het vastlegen van wat je ziet. Dag vijftien: schilder bladeren.

Eén blad, groot, met aandacht voor de nerven en de randen. Gebruik nat-op-nat voor de basiskleur, en voeg na drogen details toe met een fijner penseel.

Dag zestien: textuur simuleren. Probeer hout, steen, stof of schors na te bootsen.

Gebruik droge penseeltechniek, spattering, of zout — ja, gewoon keukenzout op nat verf geeft een prachtig textuureffect. Ik ben altijd weer verbaasd hoeveel variatie je kunt krijgen met simpel materiaal.

Dag zeventien: schilder een eenvoudig stilleven. Twee of drie objecten, niet meer. Focus op de verhoudingen, de schaduwen, de ruimte tussen de objecten. Die ruimte is net zo belangrijk als de objecten zelf.

Dag achttien: negatieve schildering. Dit is een techniek waarbij je niet het object schildert, maar de ruimte eromheen.

Het voelt aan als achterstevoren denken, maar het krachtigste effect dat je in aquarel kunt bereiken. Het lukt niet de eerste keer — en dat is prima. Dag negentien: schilder een landschapsschets.

Week 4: Alles samenbrengen

Een horizon, wat bomen, een wolk. Houd het simpel. Het gaat niet om details, maar om de gevoel van ruimte en diepte.

Dag twintig: droge penseel. Neem een bijna droge penseel met wat verf en sleep hem over het papier.

Je krijgt een ruwe, textuurrijke lijn die perfect is voor schors, gras of stenen. Het is een techniek die ik zelf pas laat ontdekken, en die ik nu overal gebruik. Dag eenentwintig: rust. Reflecteer.

Je hebt nu al zesendertig oefeningen achter de rug — nee, twintig, maar het voelt als meer. En dat klopt, want elke oefening bouwt voort op de vorige.

De laatste week gaat over combinaties. Dag tweeëntwintig: schilder een compositie waarin je minstens drie technieken combineert.

Nat-op-nat als basis, droge penseel voor textuur, en negatieve schildering voor de diepte. Het hoeft niet perfect te zijn — het moet geprobeerd worden.

Dag drieëntwintig: schilder iets uit je hoofd. Geen referentie, geen foto. Laat je hand vrij bewegen en kijk wat er ontstaat. Dit is waar creativiteit echt begint — niet in het kopiëren, maar in het durven kiezen.

Dag vierentwintig: schilder hetzelfde onderwerp drie keer op drie verschillende manieren. Een keer los en abstract, een keer precies en gedetailleerd, een keer erg met veel water. Vergelijk de drie.

Welke spreekt je aan? Waarom? Dag vijfentwintig: werk met lagen. Laat een eerste laag helemaal drogen, en schilder er een tweede laag overheen.

Aquarel is van nature een techniek van transparante lagen, en hoe meer je oefent met opbouwen, hoe rijker je werk wordt. Dag zesentwintig: schilder iets dat je moeilijk vindt.

Iets waar je altijd tegen aanloopt. Misschien zijn het handen, of waterreflecties, of gezichten.

Ga er niet voor uit de weg — daar groei je in. Dag zevenentwintig: schilder iets dat je lief is. Een bloem, een kopje koffie, het uitzicht uit je raam.

Schilder het met aandacht en liefde. Je zult merken dat emotie in aquarel zichtbaar is — in de keuze van kleur, in de vloeibaarheid van de penseelstreken.

Dag achtentwintig: maak een complete aquarel van begin tot eind. Volg je eigen oefenprogramma en kies je eigen onderwerp, je eigen kleuren, je eigen technieken.

Geen oefening meer — gewoon schilderen. Dag negenentwintig: schilder nog een complete aquarel, maar nu met een beperkt palet.

Twee kleuren, maximaal drie. Beperking dwingt je tot creativiteit. En vaak zijn de mooiste aquarellen juist de eenvoudigsten. Dag dertig: kijk terug.

Leg je eerste oefening naast je laatste. Het verschil is er.

Niet omdat je een natuurtalent bent, maar omdat je dertig dagen lang iets hebt gedaan. Elke dag. Dat is alles wat het kost.

Wat ik wil dat je meeneemt

Een dure set is niet per se beter. Een goedkope set met de juiste pigmenten geeft vaak meer voldoening.

Het gaat niet om wat je hebt, maar om wat je doet met wat je hebt. Oefen regelmatig, zelfs als het maar vijftien minuten is. Analyseer je werk zonder jezelf te veroordelen. En bovenal: geniet van het proces.

Aquarel is geen prestatie — het is een gesprek tussen jou, het water en het papier. Soms loopt het anders dan gepland. En precies daarom is het zo mooi.


Marlies de Graaf
Marlies de Graaf
Aquarellist en materialenwinkelier

Marlies runt een kleine winkel in aquarelbenodigdheden en schildert zelf dagelijks met waterverf. Ze weet exact welke papiersoorten en pigmenten samenwerken zonder dat de inkt uitloopt.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Aquarelverf en -materialen kopen
Marlies de Graaf
Marlies de Graaf
Aquarellist en materialenwinkelier

Marlies runt een kleine winkel in aquarelbenodigdheden en schildert zelf dagelijks met waterverf. Ze weet exact welke papiersoorten en pigmenten samenwerken zonder dat de inkt uitloopt.

Meer over Aquarel leren en cursussen

Bekijk alle 22 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Beste boeken over aquarelschilderen voor beginners vergeleken
Lees verder →