Sta je voor de keuze: een klein reispalet dat in je jas past, of je vertrouwde studiospalet op tafel? Ik heb jarenlang met beide gewerkt, en wat me opvalt is dat de meeste kunstenaars te snel kiezen op basis van wat er in de winkel ligt, in plaats van wat ze écht nodig hebben. Laten we het eens echt hebben over wat het verschil betekent.
▶Inhoudsopgave
Waarom het palet ertoe doet
Je denkt misschien: het is maar een palet. Maar het palet is waar je verf mengt, waar je kleuren ontstaan, waar je beslissingen neemt.
Een slecht palet beïnvloedt je hele werk. Ik heb ooit een heel weekend gewerkt met een plastic reispalet dat zo klein was dat ik elke vijf minuten opnieuw moest mengen. Het resultaat?
Kleuren die niet kloppen, en een frustratie die niet nodig was. Dat vind ik trouwens het mooiste van aquarel: het gaat om vertrouwen in je materiaal. Als je palet je in de staat stelt om goed te mengen, voelt het werk anders aan. Alsof je een gesprek voert met de verf, in plaats van tegen vechten.
Het studiospalet: je thuisbasis
Thuis heb je ruimte. Geen excuus dus om te klein te denken.
Een goed studiospalet is groot genoeg om meerdere kleuren tegelijk te mengen zonder dat alles in elkaar loopt.
Ik werk zelf met een porseleinen palet met diepe kommen — niet die ondiepe plastic varianten waar je verf bijna overloopt als je te veel water gebruikt. Wat ik belangrijk vind: kies een palet met een deksel. Een aquarelverf die opdrijft in je palet is geen probleem als je deksel erop zet.
De volgende dag begin je met verse, zachte verf. Dat scheelt geld én frustratie. En hier zit het verschil met reispaletten: in je studio kun je kiezen voor losse tubes verf. Tubes zijn efficiënter, je gebruikt minder verf per mengsessie, en je hebt meer controle over de kleursterkte. Een goede set tubes van Winsor & Newton of Holbein, aangevuld met specifieke pigmenten die je mist — bijvoorbeeld PB15 voor een helderder blauw of PY35 voor een zuiver geel — geeft je meer voldoening dan welke complete set dan ook.
Het reispalet: vrijheid met beperkingen
Nu het reispalet. Ik moet eerlijk zijn: ik was lang sceptisch.
Te klein, te beperkt, te veel compromissen. Maar toen ik begon te schilderen in de stad, in parken, op terrassen — ik begreep waarom mensen het waarderen. Er is iets aan het werken op een plek die niet jouw atelier is.
De lichtval is anders, de kleuren zien er anders uit, en je palet moet mee.
Een goed reispalet is compact, licht, en heeft een deksel die ook als mengpalet dient. De meeste reispaletten die ik ken — van Van Gogh of Daler Rowney — hebben ingebouwde kommen. Dat is handig, maar let op: die kommen zijn klein. Je mengt in kleinere hoeveelheden, en dat betekent dat je bewust moet zijn van hoeveel verf je neemt.
Eerlijk gezegd vind ik dat juist een voordeel. Het dwingt je om eenvoudiger te werken.
Welke verf in een reispalet?
Minder kleuren, meer focus. En dat is precies wat je buiten nodig hebt — je hebt geen tijd om twintig tinten te mengen terwijl de zon ondergaat. Twijfel je tussen aquarelverf tubes of napjes?
Voor reispaletten kies ik altijd pans. Ze zijn compact, drogen niet uit in je tas, en je kunt ze makkelijk hervullen vanuit tubes als je thuiskomt.
Schmincke en Winsor & Newton verkopen losse pans, en dat is ideaal: je vult alleen de kleuren in die je écht gebruikt. Wat me opvalt is dat veel merken complete reissets verkansen met twaalf of zestien kleuren, waarvan er de helft bijna nooit nodig is. Dat is een marketingtruc.
Beter: kies zes tot acht kleuren die je goed mengt tot een volledig palet. Een basis van geel, rood, blauw, en een paar aarde kleuren is meer dan genoeg.
De grote vraag: wanneer kies je wat?
Het hangt af van je werkwijze. Als je voornamelijk in je atelier werkt en af en toe een dag meegaat naar een plek buiten — investeer in een goed studiospalet en koop een eenvoudig reispalet als aanvulling.
Maar als je regelmatig reist, of als je gewoon houdt van schilderen in de buitenlucht — neem dan je reispalet serieus. Kies er een waar je trots op bent, niet de goedkope uit de kunstwinkel. Omdat de beste aquarelpaletten vergeleken worden op materiaal, heb ik ooit gekozen voor een reispalet van Holbein; wat me direct aansprak was de kwaliteit.
Het voelt stevig aan, de kommen zijn goed vormgegeven, en het mengvlak is groot genoeg voor serieuze werk. Dat is het verschil tussen een tool en een speeltje.
Een laatste ding over papier
Wat ik altijd meeneem, of ik nu in mijn studio zit of op een bankje in Vondelpark: goed papier. Arches, 300 gram, katoen.
Dat is de gouden standaard, en daar zit geen compromis in. Een duur palet op slecht papier is zinloos. Een eenvoudig palet op goed papier geeft je al dieper blauw, dieper groen, meer licht in je werk.
Dus voordat je een palet koopt, vraag jezelf af: welk papier gebruik je, want dat bepaalt hoe je verf reageert. En als je eenmaal je aquarelverf vers wilt houden in je palet, is de juiste keuze essentieel.
Kies bewust. Niet duur, niet goedkoop — maar goed.