Er is iets bijzonders aan het moment dat je een vel papier op een bord klemt en het water begint te doen wat het doet.
▶Inhoudsopgave
Maar voordat dat gebeurt, sta je daar met een vel Arches 300gsm in de ene hand en een stuk hout in de andere. En dan vraag je je af: is dit nou echt het juiste bord?
Want laten we eerlijk zijn — het tekenbord is het minst glamourous onderdeel van je aquareluitrusting. Niemand loopt te pronk met zijn houten plank. Maar het bepaalt wel hoe je papier ligt, hoe je werk, en uiteindelijk hoe je aquarel eruitziet. Dus het verdient aandacht.
Waarom je bord ertoe doet
Aquarelpapier moet je vastzetten. Dat is geen luxe, dat is noodzaak. Zodra water op dat papier komt, gaat het kronkelen.
Zelfs Arches — dat prachtige katoenpapier — kruipt op als een levend wezen als je het niet vasthoudt.
En als je dat niet doet, krijg je die vervelende bubbels en oneffenheden die je later niet meer glad krijgt. Je bord is dus geen accessoire.
Het is het fundament. En de keuze tussen een houten plank en een clip-bord heeft meer invloed op je werk dan je denkt.
De houten plank: klassiek, zwaar, betrouwbaar
Een houten tekenbord — meestal berkenmultiplex of iets dergelijks — is de oplossing die de meeste aquarellisten kennen. Je klemt het papier vast met paperclips of waslijn, en je bent klaar. Het voordeel is duidelijk: het is stevig, plat, en het voelt solide onder je hand.
Maar er zijn nuances. Een goede houten plank is zwaar.
Niet dramatisch zwaar, maar genoeg om mee te sjouwen als je buiten werkt. En dat is precies het punt.
Als je in je atelier werkt, is een houten plank ideaal. Het ligt stil, het beweegt niet, en je kunt er flinke druk op zonder dat het doorbuigt. Wat me opvalt is dat veel beginners een te dunne plank kopen.
Dan krijg je kromming na verloop van tijd, vooral als je nat werkt.
Ik raad altijd aan om minstens 12 millimeter dikte te nemen. Berkenmultiplex van een goede bouwmarkt werkt prima — je hoeft geen luxe merk te kopen. Zorg wel dat het oppervlak glad is. Geen ruwe randen, geen uitstekende vezels.
Dat verpest je papier. Een ander voordeel: je kunt een houten plank gemakkelijk zelf afwerken.
Een laag verf of olie aan de achterkant voorkomt kromping. En als je creatief bent, kun je er zelfs een lichte helling aan geven door een klein strookje onder de bovenkant te lijmen.
Het clip-bord: licht, praktisch, maar niet voor iedereen
Clip-borden — die metalen of plastic borden met een grote clip bovenaan — zijn populair bij tekenaars. Ze zijn licht, goedkoop, en je zet je papier er in twee seconden op.
Voor potloodschetsen of snelle studies zijn ze perfect. Maar voor aquarel? Dan is een staande tekentafel of platte ondergrond vaak een betere keuze.
Het probleem is de clip. Die houdt alleen de bovenkant vast.
De zijkanten en onderkant zijn vrij. En als je veel water gebruikt — en bij aquarel doe je dat — kruipt het papier los aan de onderkant. Je zit dan met een vel dat aan het trillen is terwijl je een washoogte aanbrengt.
Frustrerend, om het zacht te zeggen. Daarnaast zijn de meeste clip-borden niet waterbestendig.
Plastic kan dat aan, maar de metalen varianten roesten na verloop van tijd.
En als je bord niet helemaal plat is — en dat zijn goedkope clip-borden zelden — krijg je ongelijke wassingen. Toch zie ik ze regelmatig bij beginners. En ik snap het wel. Ze zijn handig voor onderweg, voor snelle schetsen in het park, of als je nog zoekt naar geschikte aquarelmaterialen om cadeau te doen. Maar als je serieus aquarel wilt maken, is een clip-bord een tijdelijke oplossing.
Wat ik zelf doe
Ik werk thuis altijd op een houten plank. Ik heb er een van 40 bij 50 centimeter, 14 millimeter dik, met een laag matte verf aan de achterkant.
Die plank zit al vijf jaar mee en is nog steeds plat.
Ik gebruik paperclips om het papier vast te zetten — simpel, effectief, geen gedoe. Maar als ik buiten werk, neem ik soms een licht clip-bord mee. Niet voor de aquarel zelf, maar voor de schets.
Dan maak ik de compositie klaar op een goedkoper vel, en overfijn ik later thuis op mijn Arches. Dat werkt voor mij. Eerlijk gezegd denk ik dat de meeste aquarellisten te weinig nadenken over hun bord. Ze richten al hun aandacht op verf en papier — en vergeten daarbij dat je beste aquarelpaletten vergeleken moet hebben om echt fijn te werken — en dat is begrijpelijk.
Maar een goed bord maakt het verschil tussen werken en worstelen. En als je al die mooie pigmenten gebruikt — PB15, PY35, de hele rij — dan verdient je papier een degelijke ondergrond.
De keuze in het kort
Als je in je atelier werkt en wilt investeren in een bord dat jarenlang meegaat: kies een houten plank. Minimaal 12 millimeter dik, glad oppervlak, eventueel zelf afgewerkt.
Het is geen spectaculaire aankoop, maar je zult het niet betreuren. Als je vaak onderweg bent of snelle studies maakt: een clip-bord kan dienen als tijdelijke oplossing.
Maar wees je beperkingen bewust. Veel water plus clip-bord is een recept voor frustratie. En als je echt serieus wordt: overweeg zelfs een tekenplank met ingebouwde lijnen of een hellingselement.
Die bestaan, en ze zijn verrassend handig voor langere sessies. Maar begin simpel.
Een stuk goed hout, vier paperclips, en een vel Arches. Daarmee kom je al heel ver.